Iedereen doet mee Tekst MP3 Bladmuziek Het Dierenbal
Filmpje Vies Klein varkentje
MP3 Slis de Slang Cavia
Cowboy Billie Boem
Bravo voor de mieren
De Sprinkhaan
Filmpje Ik wil ook op vakantie, zei de ijsbeer
Dol fijn
Klein vogeltje Waarom daarom Voorstellied
De Woonboot
Het liedje van de Kangoeroe
Een liedje om te dansen De duizendpoot
In de tent op het plein
Dansen de dieren in een lijn
Ze schudden met hun dierengat
Want het is feest in de stad
En naar voren gaat de rij
Maar één dier stapt opzij
Dat zul je altijd zien
Ken je zijn naam al misschien?
Refrein
Olaf het gansje
Danst vrolijk zijn dansje
Maar vraag hem niet waarom
Daarvoor is hij te dom
Olaf is erg in zijn sas
En danst zijn eigen ganzenpas
Hij waggelt met zijn veren
Maar kan de passen niet leren
Hij botst tegen dieren aan
“Ga niet op mijn tenen staan”
Bromt een boze kangoeroe
En hij danst de Boegaloe
Refrein
Aan het eind van het feest
Vinden de dieren het mooi geweest
Ze vegen het zweet van hun bol
En gaan op weg naar hun hol
Maar Olaf die danst verder door
Twee naar achter en drie naar voor
Door totdat de ochtend gloort
Op muziek die hij slechts hoort
Refrein
Vies klein varkentje je moet in bad
Modder op je staartje en modder op je gat
Ik zal je lekker wassen ik maak je lekker nat
Vies klein varkentje je moet in bad
Vies klein varkentje (knor knor)
Vies klein varkentje (knor knor)
Vies klein varkentje je moet in bad
Modder op je staartje en modder op je gat
Ik zal je lekker wassen ik maak je lekker nat
Vies klein varkentje je moet in bad
Vies klein varkentje (knor knor)
Vies klein varkentje (knor knor)
Vies klein varkentje je moet in bad
Modder op je staartje en modder op je gat
Ik zal je lekker wassen ik maak je lekker nat
Vies klein varkentje je moet in bad
Slis de slang Terug
Ik ben Slis de slang
En alle dieren die zijn bang
Hoewel ik nooit een visje vang
Nooit naar een stukje vlees verlang
Ik eet al jaren vegetarisch
Maar alleen als het goed gaar is
Ik beloof je dat dit waar is
Dat er helemaal geen gevaar is
Refrein
Kom dan maken we een slang
Samen zijn we lekker lang
We lopen in een waggelgang
We jagen iedereen op stang
We houden papa in bedwang
Knijpen zachtjes in z’n wang
We maken mama lekker bang
Want wij zijn een grote slang
Ik ben Slis de slang
Jullie zijn toch niet bang
Okee, ik ben wel erg lang
Maar altijd prettig in de omgang
Ik praat nooit voor m’n beurt
En heb altijd een goed humeur
Ik hou niet van gezeur
En vind groen een mooie kleur
Refrein
Kom dan maken we een slang
Samen zijn we lekker lang
We lopen in een waggelgang
We jagen iedereen op stang
We gaan naar links dan weer naar rechts
Zo banen wij onszelf een weg
We gaan naar achteren dan naar voren
En pakken zomaar iemand bij zijn oren
Heb je het al gehoord van de cavia
Die ging met z´n bootje naar America
Heb je het al gehoord van de cavia
Die ging alleen op zee
Hoezee, hoezee die ging alleen op zee
Hoezee, hoezee die ging alleen op zee
Maar de wind die scheurde met een ruk
En nog een ruk alle zeilen stuk
Ja de wind die scheurde met een ruk
De zeilen naar benee
Oh jee, oh jee de zeilen naar benee
Oh jee, oh jee de zeilen naar benee
En wat werden toen die golven groot
Ze bonkten, beukten op de boot
Wat werden toen die golven groot
Daar op die grote zee
Oh jee, oh jee daar op die grote zee
Oh jee, oh jee daar op die grote zee
En z´n bootje viel bijna uit elkaar
Dus hij pakte een pan en hozen maar
Zijn bootje viel bijna uit elkaar
Maar brak net niet in twee
Hoezee, hoezee maar brak net niet in twee
Hoezee, hoezee maar brak net niet in twee
Na die zware storm riep de cavia
´k speel op mijn mondharmonica
Na die zware storm riep de cavia
Wie zingt er met me mee
Hoezee, hoezee wie zingt er met me mee
Hoezee, hoezee wie zingt er met me mee (2x)
Cowboy Billie Boem Terug
Er wie rijdt daar op z´n paard door de prairie
Dat is cowboy Billie Boem door de boeven zeer gevreesd
En er was in het wilde westen nooit een cowboy geweest
Die zo dapper was als cowboy Billie Boem
En van je hotsie knotsie knetter van je jippie jippie jee
Maar het paard was zeer vermoeid dus dat kom niet langer mee
Maar hij moest de boeven vangen dus nam hij een ander beest
En nu gaan we zelf verzinnen wat voor beest dat is geweest
En wie rijd daar op z´n …. door de prairie etc.
Al zijn de mieren nog zo klein
Ze kunnen geweldig sjouwen
Ze kunnen, omdat ze zo vlijtig zijn
Hele hoge heuvels bouwen
Ze dragen voorzichtig, één voor één
De takjes en de sprietjes
En als het te zwaar is voor één alleen
Dan doen ze ´t met hun drietjes
Al zijn de mieren nog zo klein
Ze kunnen geweldig sjouwen
Ze kunnen, omdat ze zo vlijtig zijn
Hele hoge heuvels bouwen
Ze dragen voorzichtig, één voor één
De takjes en de sprietjes
En als het te zwaar is voor één alleen
Dan doen ze ´t met hun drietjes
(Tekst: Harriet Laurey Muziek: Kleintje Kaf)
Een springhaan in Scheveningen
wou ´s zien hoe ver hij kon springen
Hij sprong – en toen riep ie: tsjonge,
ik ben over de zee gesprongen.
Ze spreken hier een heel andere taal,
De mensen zeggen hier allemaal
Yes en No, niet Ja en Nee,
Dus zit ik in Engeland over de zee.
Maar of ik nu terug durf te springen
Van hier naar Scheveningen?
Nee hoor, dat waag ik toch niet meer,
Zo´n sprong lukt maar één enkele keer.”
En dus springt ie nu rond in ´t Engelse gras
En doet of ie altijd al Engelsman was,
Drinkt Engelse thee en kauwt Engelse drop,
met parapluutje en bolhoedje op.
(Tekst: Hans Andreus, Muziek: Kleintje Kaf)
Ik wil ook op vakantie, zei de ijsbeer Terug
Een ijsbeer zei: “ik gaap en geeuw
Van alle dagen ijs en sneeuw
Ik raak zelfs lelijk van de wijs
Van alle dagen sneeuw en ijs.
´k Wil best eens naar het zuiden, want
het schijnt dat daar de zon zo brandt.
Zodat je in die warme streek
Fijn bruin wordt – ik zie veel te bleek.
Dus lees je eenmaal in de krant:
IJsbeer Gezien Op Zuidelijk strand
denk dan niet wat een rare beer.
Wees blij dat ik me amuseer!
Dus lees je eenmaal in de krant:
IJsbeer Gezien op Zuidelijk strand
denk dan niet wat een rare beer.
Wees blij dat ik me amuseer!”
(Tekst: Hans Andreus, Muziek: Kleintje Kaf)
Je bent maar een kleintje
Nog maar een maand of wat
Ja zo een slim dolfijntje
Heb ik nog nooit gehad
Zo handig met zijn vinnen
Zo sterk en lekker glad
En als we honger krijgen
Dan vang ik gauw een vis
Dan moet je even stil zijn
Want anders vang ik niks
Kom mee nu, niet later
We schieten met een vaart
Als pijlen door het water
En klappen met de staart
Daarna gaan we drijven
Opeens weer heel bedaard
En als we honger krijgen
Dan vang ik gauw een vis
Dan moet je even stil zijn
Want anders vang ik niks
Ik vind het dol fijn om een dolfijn te zijn
(Tekst: Harriet Laurey Muziek: Kleintje Kaf)
Klein vogeltje daar boven in die boom
De zon gaat bijna onder, dus wordt maar lekker sloom
Ga maar lekker slapen
Droom een mooie droom
Klein, klein vogeltje
boven in de boom
Waarom daarom Terug
Waarom kunnen bomen groeien
Zonder dat iemand het ziet
Waarom kunnen koeien loeien
Waarom loeien varkens niet
Waarom wonen honingbijtjes
Met zo velen bij elkaar
Waarom leggen kippen eitjes
En geen kuikens kant en klaar
Waarom heeft een slak geen voetjes
En een duizendpoot zoveel
Waarom heeft een kikker sproetjes
Waarom blijft de maan niet heel
Waarom gaat het ’s winters sneeuwen
Nooit eens op een zomerdag
Waarom denken wilde leeuwen
Dat je mensen eten mag
Waarom moet het alle dagen
Donker worden, ’s avonds laat
Waarom zijn er zoveel vragen
Waar geen antwoord voor bestaat
Dit is Walter, en Walter speelt op een mandoline
Walter pingelt op z´n mandoline
Ja dat is echt waar dan weet je dat
Hebben we dat ook weer gehad
Walter pingelt op z´n mandoline
Dit is Gé en Gé speelt op de bas
Gé bromt de bassen op z´n bas
Ja dat is echt waar dan weet je dat
Hebben we dat ook weer gehad
Gé bromt braaf de bassen op z´n bas
Jacco speelt met z´n stokken op de drums
Jacco slaat met z´n stokken op de drums
Ja dat is echt waar dan weet je dat
Hebben we dat ook weer gehad
Jacco slaat met z´n stokken op de drums
Dit is Koen en Koen speelt op z´n sax
Koen spuugt en spettert in z´n sax
Ja dat is echt waar dan weet je dat
Hebben we dat ook weer gehad
Koen spuugt en spettert op z´n sax
Drie kikkers in een waterplas
Die hadden van wat stukjes hout
Een bootje tussen ´t riet gebouwd
Dat net een echte woonboot was
Van buiten stralend rood geverfd
Met hier en daar een witte stip
En wit de naam ´het kikkerschip´
Van voren in de boeg gekerfd
Van binnen zag hij ´r óók mooi uit
Vier slaapplaatsten, slim ingepast
(Dus ééntje extra- voor een gast)
Een keuken en een woonkajuit
Maar op een dag verging de boot
Het waaide hard hij zonk meteen
De kikkers kwaakten ´da´s gemeen´
En zwommen veilig naar een sloot
Daar zaten ze en kwaakten dat
Zo´n woonboot best iets aardigs had
maar dat je wel zo rustig zat
Fijn op een waterlelieblad
Het liedje van de Kangoeroe Terug
Heb je wel gehoord van de kangoeroe, de kangoeroe, de kangoeroe
Heb je wel gehoord van de kangoeroe, de kangoeroe
Die kan zo mooi springen, reuzegrote
Sprongen met z´n lange achterpoten
Die wordt zo gauw niet moe
De kangoeroe, de kangoeroe
Heb je wel gehoord van de kangoeroe, de kangoeroe, de kangoeroe
Heb je wel gehoord van de kangoeroe, de kangoeroe
Moeder zegt tegen haar kangoeroetje
gedraag je een beetje, anders moet je
Gewoon weer in de buidelzak
Dus hou je fatsoen en hou je gemak
Heb je wel gehoord van de kangoeroe, de kangoeroe, de kangoeroe
Heb je wel gehoord van de kangoeroe, de kangoeroe
Waar springt ie zo´n hele dag nou naar toe
De kangoeroe, de kangoeroe
Van hier naar daar naar hier
En vaak maar ook gewoon voor z´n plezier
Een liedje om te dansen Terug
In de takken en de bladeren
In mijn rokje en mijn haren
Overal waar wind kan komen
Danst de wind
En ik heb twee blote voeten
Die van blijdschap dansen moeten
Overal waar ik een plekje
Om te dansen vind
Een dikke duizendpoot die zei
Ik loop er zo armoedig bij
Altijd op van die blote voeten
Dat zou eigenlijk anders moeten
Hij is naar een schoenenzaak gegaan
En paste daar duizend schoenen aan
Ze waren ´m allemaal te groot
Maar hij kocht ze tóch die duizendpoot
Dus als je een eindeloos klossen hoort
Klos, klos, klos klos enzovoort
Ga dan maar eventjes opzij
Want dan klost die duizendpoot voorbij