Recensie: voorstelling ‘Dierenbal’

‘Een gouden greep, tussen vrolijke drumriedeltjes, begeleid door banjo, saxofoon en mandoline verhaalt theatergroep Kleintje Kaf uit Nijmegen over Olaf, het kleine gansje. ‘Olaf besluit op zekere dag de boerderij te verlaten. Hij loopt zonder om te kijken de weg af, over de heuvels. Het land gaat over in de zee en dat noemen we’ … ‘Strand’, brullen de peuters.’
Stentor

‘In deze kindervoorstelling spreekt Kleintje Kaf namens de dieren: vieze varkens, ijsberen op vakantie, ondeugende vogels, luie mieren en springende sprinkhanen. In mensentaal, dat wel. Dan kunnen alle kinderen tenminste meezoemen. Het varkensliedje met knorrefrein is ook een potentiële hit.
Meer dan twintig kinderen luisteren, zittend op kleine kussentjes, naar het optreden van de band, die heerlijk ontspannen musiceert: niet te hard, maar wel goed verstaanbaar. Een van de papa’s trommelt met veel plezier mee. Hij luidt ook vaak het applaus in. In het concertzaaltje stuurt Kleintje Kaf doodgewoon een ijsbeer op zonvakantie. Op een reggae-melodietje natuurlijk. Uiteindelijk, wanneer de band het slotnummer speelt, moet er wel gedanst worden met vogel-, bijen-, kippen- en koeienmanieren. De beestenbende komt nog eenmaal voorbij onder luid gezoem en geloei. De band zingt: ‘Dat zit er in en moet er uit.´
De Gelderlander